De reusachtige bladen van de gunnera klinken voor Romke als ‘een reus die stukken glas tussen zijn kiezen vermaalt’
Wie graag in de tuin werkt weet dat er veel fysieke sensaties te vinden zijn: zachte stengels en knisperen van harde bladen. Het is ook nog eens een omvangrijk ecosysteem aan gekraak en geknapper, weet tuingoeroe Romke van de Kaa. Zo behoort het smakkende geluid van een goudvis bijvoorbeeld ‘tot de canon van tuingeluiden die iedereen eens in het leven gehoord moet hebben.’
Een tuin is meer dan een mooi plaatje. Er knispert, schuurt, smakt en knalt van alles, laat tuinschrijver Romke van de Kaa zien in het AD. Wie alleen naar bloemen en bladeren kijkt, mist een flink deel van de ervaring. Zelfs een goudvis heeft volgens hem een geluid dat je minstens één keer gehoord moet hebben.
Dat besef kreeg voor Van de Kaa extra betekenis toen hij een groep blinde bezoekers door een tuin leidde. Zij ontdekten planten met hun handen, neus en oren, en brachten daarmee eigenschappen naar voren die een kijkende bezoeker makkelijk mist. Het stevige blad van de ijzervaren viel in de smaak doordat het knisperde bij aanraking. Ook de zachtbehaarde stengels van de Japanse wijnbes maakten indruk. Het forse blad van de siertabak, Nicotiana sylvestris, riep juist een heel andere reactie op: een bezoeker vond het voelen als een vochtige handdruk. Die rondleiding liet hem ervaren hoeveel een tuin te bieden heeft buiten kleur en vorm.
Bij de vijver komt die andere kant van de tuin duidelijk naar voren. Van de Kaa ziet goudvissen daar liever niet rondzwemmen: hun gewroet in de bodem maakt het water troebel. Toch maakt hij voor hun eetgeluid een uitzondering in zijn waardering. Dat gesmak vindt hij het beluisteren waard. Daarnaast is er de herkenbare plons van een kikker die vanaf de kant het water induikt. Veel subtieler klinkt een zwaluw die tijdens het vliegen een insect van het wateroppervlak pakt. Het ene geluid dringt zich op, voor het andere moet je aandacht hebben.
Niet alles klinkt daarbij prettig. Van de Kaa verzet zich tegen het idee dat graan, riet en siergrassen zachtjes ruisen. Voor hem schuren ze zodra de wind ze in beweging brengt. Dat geluid kan hem dezelfde onaangename sensatie bezorgen als krijt dat over een schoolbord gaat. De enorme bladeren van de gunnera doen daar nog een schep bovenop wanneer ze tegen elkaar bewegen. Hij hoort daarin iets groots en grimmigs: alsof een kolossaal wezen glas fijnkauwt. Het rustgevende ruisen zoekt hij eerder bovenin hoge bomen, waar de wind door de kruinen gaat.
Ook zaaddozen laten zich horen. Op een zonnige junidag springen de capsules van Euphorbia characias, een wolfsmelk, met fijne knettergeluiden open. De openspringende zaaddozen van de incalelie riepen bij een vriendin van Van de Kaa juist een associatie met geschut op. Bij brem doet het geluid hem denken aan speelgoedpistooltjes op afstand. Zo geeft hij een andere invulling aan tuinbeleving: niet alleen bewonderen wat er groeit, maar ook opmerken wat er klinkt en hoe een plant aanvoelt. Daarvoor hoeft de tuin niet te veranderen; de aandacht van de bezoeker wel.
Foto's
Reacties
- Nog geen reacties. Wees de eerste.
