Van Weel begrijpt overwegingen Halsema om niet in te grijpen bij Hamas-spandoeken
Minister Van Weel (VVD) van Justitie begrijpt de overwegingen van burgemeester Halsema van Amsterdam om bij de pro-Palestijnse demonstratie van 11 oktober niet op te treden tegen het tonen van vlaggen van Hamas en het uiten van steunbetuigingen aan de terroristische organisatie. Dat zei hij vanmiddag na een gesprek in Amsterdam met de driehoek, onder wie burgemeester Halsema. Vorige week zei Van Weel in het vragenuur in de Tweede Kamer dat de gebeurtenissen "ver over zijn g
Minister Van Weel van Justitie begrijpt na een gesprek in Amsterdam waarom burgemeester Halsema niet ingreep bij de pro-Palestijnse demonstratie van 11 oktober. Daar waren Hamas-vlaggen te zien en uitten demonstranten steun aan de terroristische organisatie. De VVD-minister blijft die uitingen scherp afwijzen, maar ziet nu beter waarom optreden volgens Halsema niet mogelijk was.
De demonstratie bij het Nationaal Monument op de Dam leidde vorige week tot stevige vragen in de Tweede Kamer. Van Weel maakte tijdens het vragenuur duidelijk dat de gebeurtenissen voor hem onacceptabel waren. Hij wilde van Halsema horen waarom de betoging kon doorgaan. De burgemeester had de steun aan Hamas zelf ook al veroordeeld. Tegelijkertijd stelde ze dat de uitingen niet strafbaar waren en dat daarmee de juridische basis voor ingrijpen ontbrak. Na overleg met de Amsterdamse driehoek, waarbij Halsema aanwezig was, zegt Van Weel overtuigd te zijn geraakt dat er in deze situatie geen andere mogelijkheid was. Zijn eerdere harde opstelling in de Kamer vindt hij desondanks niet overdreven.
Voor Van Weel zit de oplossing in nieuwe wetgeving. Hij wil dat het verheerlijken van terrorisme strafbaar wordt en vraagt de Tweede Kamer om daar samen met het kabinet snel werk van te maken. Zolang die wettelijke basis ontbreekt, kan hij niet garanderen dat vergelijkbare uitingen bij een volgende demonstratie worden aangepakt. Journalisten vroegen hem waarom ingrijpen bij een demonstratie van extreemrechtse groepen in Den Haag wel mogelijk was. Volgens de minister draaide het daar om wanordelijkheden. In Amsterdam stonden de demonstranten met hun spandoeken stil. Daarmee waren de omstandigheden volgens hem wezenlijk anders.
Ook de communicatie tussen de minister en de burgemeester kwam aan bod. Halsema had aangegeven dat Van Weel haar beter had kunnen bellen voordat hij in de Kamer reageerde. De minister erkent nu dat vooraf contact opnemen verstandiger was geweest. Ze hebben afgesproken elkaar voortaan eerder op te zoeken. Halsema heeft na het gesprek zelf nog niet gereageerd.
De kwestie krijgt een concreet vervolg met de Rode Lijn-demonstratie die op 8 november in Amsterdam gepland staat. Die richt zich tegen het Nederlandse regeringsbeleid tegenover Israël. Volgens Van Weel moet de lokale driehoek eerst bepalen hoe zij daarmee omgaat. De AIVD meldde eerder betrokkenheid van Hamas bij pro-Palestijnse protesten in Nederland, maar volgens de minister staat die betrokkenheid bij de Rode Lijn-demonstraties niet vast. Hij benadrukte vorige week bovendien dat steun aan de Palestijnse bevolking niet verboden is. Dat onderscheid blijft van belang: de gewenste nieuwe wet richt zich op verheerlijking van terrorisme, niet op het uitspreken van steun aan Palestijnen.
Reacties
- Nog geen reacties. Wees de eerste.

