Verheugde reacties op rapport koloniaal verleden Oranjes, maar ook kritiek
Maatschappelijke organisaties die zich met het Nederlandse koloniaal verleden bezighouden zijn over het algemeen blij met het rapport over de rol van de Oranjes bij koloniale onderdrukking en uitbuiting. Het vijfdelige rapport werd vanmorgen in Leiden aan opdrachtgever koning Willem-Alexander overhandigd. Maar kritiek is er ook. Voor Bianca Groen Gallant van het kennisinstituut voor het Nederlands slavernijverleden Ninsee bevestigt het rapport wat al bekend was. Toch vindt ze het "zee
Het rapport over de betrokkenheid van de Oranjes bij koloniale onderdrukking en uitbuiting krijgt waardering, maar maakt ook pijn en kritiek los. Organisaties die zich bezighouden met het koloniale verleden willen vooral weten wat er nu volgt. Koning Willem-Alexander, die opdracht gaf voor het onderzoek, ontving het vijfdelige rapport vanmorgen in Leiden. Voor de betrokken organisaties is die overhandiging geen eindpunt.
Bianca Groen Gallant van Ninsee, het kennisinstituut voor het Nederlandse slavernijverleden, ziet vooral bevestiging van bestaande kennis. De winst zit volgens haar in de wetenschappelijke onderbouwing. Nu moet het gesprek over herstel beginnen: welke gevolgen heeft het koloniale leed gehad voor de getroffen mensen en hun nakomelingen, en wat hebben zij nodig? Onderwijs speelt daarin volgens haar een grote rol. Diana Vlet van stichting SHS-GI mist ondertussen opnieuw aandacht voor de slavernijgeschiedenis van inheemse gemeenschappen in Suriname en het Caraïbisch gebied. Die beperkte erkenning raakt haar. Ook bij de eerdere excuses van de koning en Rutte kwamen inheemse slachtoffers volgens haar nauwelijks aan bod, terwijl zij al tot slaaf werden gemaakt voordat Afrikaanse slaafgemaakten werden aangevoerd.
Yvonne van Genugten van het Indisch Herinneringscentrum waardeert dat Willem-Alexander verantwoordelijkheid neemt en het verleden een plek wil geven in de samenleving. Volgens haar beseft niet iedereen hoe kolonialisme en slavernij nog doorwerken. Vooral het bedrag dat de Oranjes aan de koloniale uitbuiting van Nederlands-Indië overhielden, vindt ze confronterend: een half miljard euro, voornamelijk verdiend in de negentiende eeuw. Ze benadrukt dat de slavernijgeschiedenis in die regio en de verrijking van het koningshuis daarbij niet buiten beeld mogen blijven. De eerdere slavernijexcuses waren gericht op het trans-Atlantische verleden.
Ook de historische trouw aan Oranje krijgt door het onderzoek een andere lading. Van Genugten wijst erop dat een pro-Oranjehouding in de koloniale samenleving nodig was om vooruit te kunnen komen. Peggy Brandon van het Nationaal Slavernijmuseum in oprichting ziet daarnaast een pijnlijke misvatting rond de afschaffing van de slavernij in 1863. De formulering van de bekendmaking gaf mensen het idee dat de koning hun persoonlijk de vrijheid schonk. Dat het koningshuis zelf eeuwenlang deel uitmaakte van het systeem, was volgens haar minder duidelijk. Brandon wil daarom dat kinderen een vollediger geschiedenis leren, in plaats van de losse stukken die eerdere generaties meekregen.
Antiracismeactivist Mitchell Esajas trekt een harde grens: hij levert de koninklijke onderscheiding in die hij in 2023 kreeg voor zijn inzet tegen racisme en discriminatie. Verbindende woorden zijn voor hem onvoldoende zolang economische en raciale ongelijkheid voortduurt. Hij verlangt inzet van de koning voor een landelijke aanpak van herstel. Premier Jetten sloot vanmiddag nieuwe betalingen uit en verwees naar de 200 miljoen euro die het kabinet in 2023 beschikbaar stelde, onder andere voor educatie en herdenkingen. Hij hoopt dat het onderzoek verzoening bevordert. Daarmee ligt het rapport er, maar verschillen de reacties duidelijk over wat erkenning in de praktijk moet opleveren.
Reacties
- Nog geen reacties. Wees de eerste.
